Verslag van een ontwikkeling
door Hans Sizoo (schrijver, publicist, kunsthistoricus)
Twee werken in gemengde techniek, beide op acrylpapier van 50×40 cm en beide van de hand van de Amstelveense kunstenaar Bouchaïb Dihaj: het was maar een glimp van een veelheid die wel verbazen moest. Van deze soort kreeg ik op Dihajs atelier niet minder dan een veertigtal exemplaren te zien, gekozen uit het honderdtal dat hij in voorraad had. Complex in vorm en coloriet waren ze allemaal. Maar waar die veelheid in sommige exemplaren heel compact bleef bleek in andere exemplaren dezelfde compactheid zich breed te kunnen vertakken. Uiteindelijk zag elk exemplaar er weer anders uit. En dat alles was het opmerkelijkste nog niet. Want wat voor een artistiek resultaat van meer belang was: de veelheid bleef gevangen in een vorm die tot in haar meest krioelende verschijnen helder bleef en in een coloriet en verfbehandeling die bij alle verscheidenheid trefzeker uit de verf kwamen. Toch was de hele reeks van ca 100 werken van recente datum en was elk exemplaar afzonderlijk het werk geweest van niet meer dan een enkele dag. Alleen een kunstenaar met de ervaring die hem de geheimen van het eigen vak grondig deed kennen – en van Dihaj kan dit worden gezegd – speelt op dit niveau zoiets klaar.
Van al deze werken zijn de vormen abstract maar ook zijn ze suggestief. Ze maken nieuwsgierig naar een inhoud. Wat ze suggereren zonder het langs rechte weg te tonen is vooral een organisch leven, zoals zich dat leven laat vermoeden in het onzichtbare binnenste van een zoogdier of van een plant of zichtbaar wordt voorbij de lens van een mikroskoop. Wel dringt zich hier of daar ook een collagefragment van andere uitdrukking in dat organische geheel of er verrast een geometrische vorm. Zulk contrast, zulke tegenstrijdigheid zelfs, herinnert nog aan de bron die enkele jaren terug een keerpunt bracht in de inspiratie van Dihaj. Deze bron was het visuele bijproduct, aan hem langs digitale weg getoond, van een chirurgisch ingrijpen in het eigen biologische instrumentarium, zoals dat tot dan toe voor het oog verborgen gebleven was. Het eerste resultaat van dit zicht voor Dihaj was een verbazing over de rijkdom aan levende vormen die dat eigen binnenste bleek te bevatten. Maar al gauw was er ook de verbazing over de medische technieken die hem dat zicht hadden verschaft. De visuele vormen van die andere wereld waren andersoortig maar juist daarom. Het waren de twee werelden samen die een sluisdeur openbraken van de eigen verbeelding. Daar kwam dus een serie schilderijen van met daarin beide werelden, hoewel het meest de organische, via abstracte vormen aanwezig.
Op deze serie is de reeks van werken op acrylpapier een vervolg. Kennelijk was de inspiratie van het organische leven er nog niet uitgeput, zo min als die van de medische techniek. Maar deze hebben er het rijk niet meer alleen. Andere tegenstrijdheden hadden Dihaj al eerder verrast in het eigen leven. Zoals om te beginnen die van het onderwijs op zijn lyceum te Casablanca. Was hem daar in het ene uur over een historisch onbetwistbare schepping van Adam en Eva onderwezen dan kon de les van het volgende uur het onderwijzen over het niet minder voor zichzelf sprekende idee van Darwin over datzelfde vroegste begin. Hoe komt een mens daar nog uit, was dan ook een vraag. En de vraag deed het oog en de geest ontwaken voor andere tegenstrijdigheden, toen en ook later nog. Keer op keer bleken het leven en de wereld ervan vol te zitten. Op den duur echter voelde Dihaj zich door dat beeld van tegenstrijdigheid niet alleen maar verrast. Immers het hield de geest ook nog alert en de kunstenaar die de warboel accepteerde vond er zowaar de kansen voor zijn kunst. De warboel inspireerde hem dus ook en zij doet dat nog altijd.
Toch is er in dezelfde warboel iets te vinden dat er aan Dihaj een kern van gemeenschappelijkheid te vermoeden gaf. Dit is voor elk verschijnen ervan de verborgen motor van een ontwikkeling. En wel van een ontwikkeling van simpel en compact naar rijk en veelzijdig. Van een ontplooiing dus ook. Zoals het zaad van een plant of de embryo van een dier zo’n ontwikkeling beloven, met als uiteindelijk resultaat een plant die niet meer op dat zaad lijkt en een dier dat in niets nog herinnert aan het embryo dat het ooit was. Als analogieën van zulke ontwikkelingen ziet Dihaj ook de ontwikkelingen in de cultuur, in de wetenschap en in het menselijke samenleven, misschien wel overal.
Een ontwikkeling echter pleegt te verlopen in de tijd. Om recht te doen aan ook de duur van elke ontwikkeling koos Dihaj daarom voor de vorm van de reeks. Het beeld van het eerste exemplaar van zo’n reeks, vanuit een abstracte vlek begonnen maar al gauw gevolgd door een improvisatie vanuit de fantasie, is al complex van vorm. Maar wel blijft het nog compact. Je zou het een visueel embryo kunnen noemen. Vanaf de eerstvolgende dag sluiten dan de nieuwe momenten voor een ontwikkeling daarbij aan. En dat in een steeds bredere wordende vertakking, dus van een rijkere ontplooiing. Van een dergelijke reeks tonen de twee gereproduceerde werken bij dit artikel het begin en het besluit. Het besluit komt pas wanneer de groei niet verder kan gaan zonder aan helderheid in te boeten. Pad dan kan het werk aan een nieuwe reeks beginnen, met opnieuw de ontplooiing vanuit een compact begin.
Ook los van het stramien van de reeks loont echter elk afzonderlijk exemplaar daarvan het bekijken. En wie zou niet ook zo’n exemplaar willen bezitten. Is dat niet waar het in de
beeldende kunst toch ook nog om draait?